SCROG: Screen of Green voor Cannabis — Complete Gids
Luister naar de samenvatting
Korte Samenvatting
SCROG (Screen of Green) betekent dat je een horizontaal net boven je planten spant en de takken tijdens de groei onder dat net door vlecht, zodat je één vlak, egaal bladerdek krijgt met veel toppen op dezelfde afstand van de lamp. Het werkt het best met fotoperiode-planten in een kleine tent waar je lichtoppervlak de beperking is. De drie beslissingen die het resultaat bepalen: het net op 20 tot 25 centimeter boven het substraat, flippen naar 12/12 zodra het net voor zestig tot zeventig procent gevuld is, en stoppen met tucken zodra de bloeistretch voorbij is. Wie te laat flipt, ziet de stretch dwars door de lamp heen groeien.
Wat SCROG is — en welk probleem het oplost
Een ongetrainde cannabisplant groeit als een kerstboom: één dominante hoofdtop in het midden, zijtakken die steeds lager en kleiner worden. Onder een lamp betekent dat een scheve verdeling. De hoofdtop krijgt het meeste licht, de lagere toppen staan verder weg en in de schaduw, en onderin de plant groeien kleine, luchtige toppjes die kwekers "larf" noemen: veel werk bij het trimmen, weinig opbrengst.
Licht neemt af met de afstand tot de lamp, en een LED-lamp geeft bovendien in het midden meer licht dan aan de randen. SCROG pakt beide problemen tegelijk aan. Door de takken horizontaal te leiden, liggen alle groeipunten op dezelfde hoogte en spreid je ze over de hele tentvloer uit, ook naar de hoeken. In plaats van één grote top en twintig kleine krijg je tien, twintig of meer toppen van vergelijkbare grootte, allemaal in het deel van de lichtkegel waar de intensiteit het hoogst is.
Daarom is SCROG vooral populair bij thuiskwekers met een tent van 60×60 tot 120×120 centimeter en een beperkt aantal planten. Je lamp is je duurste en meest beperkende onderdeel; SCROG zorgt ervoor dat je elke vierkante centimeter van dat licht benut. De prijs die je betaalt: een langere groeifase, meer handwerk en een plant die je na het ophangen van het net niet meer kunt verplaatsen.
SCROG, SOG en LST: het verschil
| Methode | Principe | Planten per m² | Groeifase | Past bij |
|---|---|---|---|---|
| SCROG | Weinig planten, takken horizontaal onder een net verdeeld | 1 – 4 | Lang (4 – 8+ weken) | Kleine tent, weinig planten, fotoperiode |
| SOG (Sea of Green) | Veel kleine planten, vroeg naar bloei, één top per plant | 9 – 16+ | Kort (1 – 2 weken) | Kwekers met stekken van één moederplant |
| LST | Takken buigen en vastbinden, zonder net | 1 – 6 | Normaal | Iedereen, ook autoflowers |
SCROG is in de praktijk een verlengstuk van LST: het net neemt het vastbinden over en houdt het bladerdek plat. De meeste SCROG-kwekers combineren het met toppen in de vroege groei, omdat een plant met meerdere hoofdtakken het net veel sneller vult dan een plant met één stam.
Wat je nodig hebt
- Een kweeknet (trellis net). Elastisch nylon net, verkrijgbaar in rollen of op maat voor gangbare tentformaten. Mazen van 5×5 cm zijn het handigst in kleine tenten; 10×10 cm geeft meer ruimte om grote handen door het net te steken, maar minder steunpunten.
- Bevestiging. Veel kweektenten hebben stangen of hoekpalen waar je het net met tie-wraps of klemmen aan vastmaakt. Zonder die mogelijkheid werkt een eenvoudig frame van PVC-buis of bamboe, of een net met elastische hoeklussen.
- Een tweede net (aanbevolen). Een ondersteuningsnet 20 tot 30 centimeter boven het eerste vangt zware toppen op in de late bloei.
- Stoffen potten of goed bereikbare potten. Na het spannen van het net kun je de plant niet meer uit de tent halen. Zorg dat je vooraf weet hoe je water geeft en hoe run-off wegloopt; zie potten voor cannabis.
- Een ventilator onder het net. Een SCROG-bladerdek is dicht; de lucht eronder staat snel stil. Meer daarover verderop.
Een DIY-net van touw of vliegerlijn werkt ook, zolang het strak staat en niet uitrekt zodra er gewicht aan hangt. Een net dat doorzakt, maakt precies het ongelijke bladerdek dat je wilde voorkomen.
Hoogte en maaswijdte
De hoogte van het net is de belangrijkste instelling, en je kunt hem na het vullen niet meer veranderen zonder takken te breken. Als uitgangspunt geldt 20 tot 25 centimeter boven het oppervlak van het substraat. Lager en je hebt nauwelijks ruimte om bij de pot te komen; hoger en je verliest kostbare verticale ruimte die je in de bloei nodig hebt.
Reken daarom altijd van boven naar beneden: van de onderkant van je lamp gaat de aanbevolen hangafstand van de fabrikant af (bij veel LED-lampen 30 tot 45 centimeter in bloei), dan de ruimte voor de stretch en de toppen boven het net (reken minstens 30 tot 40 centimeter), en wat overblijft is de hoogte waarop het net mag hangen. In een tent van 160 centimeter hoog met een pot van 30 centimeter en een lamp die 15 centimeter van het plafond hangt, is die rekensom snel krap. Zie ook welke tentmaat je nodig hebt.
| Tentmaat | Aantal planten | Indicatie groeifase | Opmerking |
|---|---|---|---|
| 60 × 60 cm | 1 | 4 – 6 weken | Eén keer toppen, daarna tucken; de hoogte is hier vaak de beperking |
| 80 × 80 cm | 1 – 2 | 5 – 7 weken | Met één plant duurt vullen langer, maar het is makkelijker te beheren |
| 100 × 100 cm | 2 – 3 | 5 – 7 weken | Verdeel de planten zodat elke plant een eigen vak heeft |
| 120 × 120 cm | 3 – 4 | 5 – 8 weken | Eén plant per kwadrant is het meest overzichtelijk |
De groeifasen in die tabel zijn een indicatie vanaf een bewortelde stek of een zaailing met een paar nodes. De echte maatstaf is niet de kalender maar hoe vol het net is. Een krachtige plant in een grote pot vult sneller; een kleine pot of weinig licht maakt het trager.
Bekijk dit eerst
SCROG in de praktijk — net, tucken en timing
“How to SCROG Weed Plants [SCREEN OF GREEN METHOD EXPLAINED]” — kanaal CLtv. Laat zien hoe je het net plaatst en de takken eronder door leidt. Engelstalig; de stappen komen overeen met het protocol hieronder.
Stap voor stap: van zaailing tot vol net
1. Toppen en vroege training (week 2 – 4 van de groei)
Laat de plant vijf of zes nodes maken en top haar boven de derde of vierde node. De twee (of na een tweede keer toppen vier) nieuwe hoofdtakken buig je met zachte bindstrips naar buiten, richting de hoeken van de tent. Doel: een plant die breed wordt in plaats van hoog, al vóórdat het net hangt.
2. Het net spannen (zodra de toppen de nethoogte bereiken)
Hang het net zodra de hoogste toppen er net onder zitten, meestal rond week 3 tot 4 van de groei. Maak het strak aan alle vier de zijden vast. Controleer het met je hand: een goed gespannen net veert iets terug maar zakt niet door.
3. Tucken (de rest van de groeifase)
Tucken is de kern van SCROG. Zodra een top 5 tot 10 centimeter boven het net uitsteekt, buig je hem voorzichtig terug onder het net en leid je hem één vak verder naar een lege plek. De top richt zich binnen een dag weer op naar het licht en groeit opnieuw door het net heen, waarna je hem weer een vak verder legt. Zo "loopt" elke tak horizontaal over het net naar de buitenkant.
- Tuck bij voorkeur halverwege de lichtperiode, als de stengels het meest soepel zijn. Vlak na lights-on zijn ze stijver en breken ze sneller.
- Werk van het midden naar buiten. De randen en hoeken vullen het langzaamst, dus stuur de sterkste takken die kant op.
- Laat per vak één top door het net groeien. Twee toppen in één vak concurreren om hetzelfde licht.
- Kleine zijscheuten die geen kans maken het net te bereiken, kun je al in deze fase weghalen.
4. Flippen naar 12/12 (bij 60 – 70% gevuld net)
Dit is het moment waarop de meeste SCROG-pogingen misgaan. Na de overstap naar het 12/12-lichtschema maakt cannabis de bloeistretch door: in de eerste twee tot drie weken van de bloei wordt de plant vaak anderhalf tot twee keer zo groot, bij sativa-dominante rassen soms nog meer. Die stretch vult de rest van het net. Flip je pas als het net helemaal vol is, dan groeit de stretch over de randen, tegen de tentwanden en richting de lamp.
De regel: flip zodra ongeveer zestig tot zeventig procent van de vakken bezet is. Bij een sterk strekkend ras eerder (rond de vijftig procent), bij een compacte indica iets later.
5. Doortucken tijdens de stretch (bloeiweek 1 – 3)
Tijdens de stretch blijf je tucken en vul je de laatste lege vakken. Rond het einde van week 2, uiterlijk halverwege week 3, stop je daarmee. Vanaf dan beginnen zich bloeiplekken te vormen, en een top die je dan nog onder het net buigt, verliest dagen aan herstel. Vanaf dat moment mogen alle toppen recht omhoog door het net groeien. Wat er per week in de bloei gebeurt, staat in de bloeifase week voor week.
6. Onder het net opruimen (rond dag 18 – 21 van de bloei)
Alles wat onder het net groeit, krijgt nauwelijks licht en wordt larf. Verwijder rond dag 18 tot 21 van de bloei de kleine scheuten en de bladeren onder het net ("lollipopping"). Een deel van die plant heb je in de groeifase al opgeruimd; dit is de laatste ronde. Doe het niet later: vanaf week 4 herstelt de plant slechter van zo'n ingreep.
7. Tweede net en rijping (bloeiweek 4 tot oogst)
Hang, als je dat nog niet had gedaan, een tweede net 20 tot 30 centimeter boven het eerste. Zware toppen kunnen dan niet omvallen of knakken. Vanaf nu is SCROG klaar: je doet verder wat je bij elke bloei doet, tot de trichomen rijp zijn.
Klimaat onder een dicht bladerdek
Het nadeel van een vol, plat bladerdek is dat het als een deksel werkt. Onder het net staat de lucht stil en loopt de luchtvochtigheid op, precies op de hoogte waar de oudste bladeren en de onderkant van de toppen zitten. Dat is de klassieke plek voor meeldauw en voor schimmel in de late bloei.
- Zet een ventilator ónder het net, naast een clip-ventilator boven het bladerdek. De ventilator onderin hoeft niet op de planten te blazen; hij moet de lucht daar in beweging houden. Zie ventilatoren voor je kweektent.
- Het opruimen onder het net is ook klimaatbeheer, niet alleen larfpreventie. Minder bladmassa onderin betekent minder verdamping op de plek waar de lucht het slechtst ververst.
- Houd de VPD in de gaten, vooral in de tweede helft van de bloei. Een iets lagere luchtvochtigheid dan bij een open plant is verstandig. Zie VPD meten en optimaliseren.
- Dun te dichte plekken bovenop uit. Een waaierblad dat twee toppen volledig overschaduwt, mag weg. Kaal plukken is niet de bedoeling: de plant heeft haar bladeren nodig.
Autoflowers en SCROG
Het kan, maar het is geen natuurlijke combinatie. SCROG draait om een groeifase waarvan jij de lengte bepaalt, en die heeft een autoflower niet: de plant gaat na drie tot vijf weken zelf bloeien, of het net nu vol is of niet. Toppen is bij autoflowers bovendien riskant, omdat de hersteltijd van de korte levensduur afgaat. Wie een autoflower onder een net wil, doet dat het best met zachte LST vanaf de vierde node en neemt genoegen met een net dat niet helemaal vol raakt. In de meeste gevallen haal je met LST alleen hetzelfde resultaat, met minder gedoe.
Zes fouten die SCROG laten mislukken
- Te laat flippen. Een net dat bij de flip al vol is, stroomt in de stretch over. Flip bij zestig tot zeventig procent.
- Het net te hoog hangen. Je verliest verticale ruimte voor de stretch, en in een lage tent eindigen de toppen dan tegen de lamp.
- Tucken na week 3 van de bloei. Dat kost herstel op het moment dat de plant energie in de toppen moet steken.
- De onderkant laten staan. Larf, stilstaande lucht en een hogere kans op schimmel, allemaal op dezelfde plek.
- Geen plan voor water geven. Na het spannen kun je de pot niet meer optillen of verplaatsen. Zet hem vooraf op een schotel of lekbak die je kunt legen, en leer het vochtgevoel via de rand van de pot. Zie hoe vaak je water geeft.
- Te veel planten in één net. Vier planten in een 60×60-tent vullen het net snel, maar de takken raken zo verstrengeld dat je niet meer weet welke top bij welke plant hoort. Bij problemen met één plant kun je dan niets meer doen.
30-seconden samenvatting
- SCROG = weinig planten, takken horizontaal onder een net, zodat alle toppen even ver van de lamp staan.
- Top eerst en buig de hoofdtakken naar buiten, voordat het net hangt.
- Net op 20 – 25 cm boven het substraat; reken terug vanaf de hangafstand van je lamp en de stretch.
- Tuck elke top die 5 – 10 cm boven het net uitsteekt, één vak verder, van het midden naar buiten.
- Flip naar 12/12 bij 60 – 70% gevuld; bij sterk strekkende rassen eerder.
- Stop met tucken rond het einde van bloeiweek 2, ruim onder het net op rond dag 18 – 21.
- Tweede net 20 – 30 cm hoger voor steun, en een ventilator ónder het bladerdek tegen schimmel.
FAQ
Op welke hoogte hang ik het SCROG-net? Als uitgangspunt 20 tot 25 centimeter boven het oppervlak van het substraat. Reken het na vanaf boven: trek de aanbevolen hangafstand van je lamp en minstens 30 tot 40 centimeter ruimte voor de stretch en de toppen af van de tenthoogte. Het net mag niet hoger hangen dan wat er dan overblijft.
Wanneer moet ik bij SCROG naar 12/12 overschakelen? Zodra ongeveer zestig tot zeventig procent van de vakken van het net bezet is. In de eerste twee tot drie weken van de bloei wordt de plant vaak anderhalf tot twee keer zo groot, en die stretch vult de rest van het net. Wie wacht tot het net vol is, ziet de planten over de randen en richting de lamp groeien. Bij sterk strekkende sativa-rassen flip je eerder, rond de vijftig procent.
Hoe lang blijf ik tucken? Tijdens de hele groeifase en de eerste twee weken van de bloei. Rond het einde van bloeiweek 2, uiterlijk halverwege week 3, stop je ermee. Daarna vormen zich de toppen en kost elke tak die je nog onder het net buigt onnodig herstel. Vanaf dat moment laat je alle toppen recht omhoog groeien.
Hoeveel planten zet ik onder één SCROG-net? Weinig: één plant in een tent van 60×60 of 80×80 centimeter, twee tot drie in 100×100 en drie tot vier in 120×120. Minder planten betekent een langere groeifase, maar een overzichtelijker net waarin je elke plant kunt blijven volgen.
Kan ik SCROG doen met autoflowers? Het kan, maar het levert weinig op. Een autoflower gaat na drie tot vijf weken zelf bloeien, of het net nu vol is of niet, en toppen kost een autoflower herstel dat van haar korte levensduur afgaat. Zachte LST, eventueel met een net als geleiding, is meestal de betere keuze.
Welke maaswijdte is het beste? In kleine tenten werken mazen van 5×5 centimeter het best: veel steunpunten en een fijne verdeling van de toppen. Mazen van 10×10 centimeter geven meer ruimte om met je hand door het net te werken, maar per vak meer ruimte waarin een top kan omvallen.